Nieuwlandstraat 33 => 013-5456021

Maarten Koehorst's Record Store

Sounds Like(s) Incubate – In Woord

Het is 14 mei, ik heb een Incubate bandje om mijn pols. Eerlijk is eerlijk, dit voelt een beetje ontheemd. Als gewoontedier, want mens, was Incubate die ene week in september waar ik een heel jaar naar toe leefde om vervolgens in 7 dagen euforie volledig kapot te gaan in de onderdompeling van een grenzeloos festival. Maar dingen veranderen en vanaf 2016 is Incubate verknipt en versnippert over het jaar. En daar is dit het eerste weekend van. Dus loop ik op deze zonnige maar koele zaterdagavond van 013, waar ik zojuist mijn bandje heb gehaald, naar De Stadskelder en wurm mij door de vroege Meimarkt bezoekers en Hap-Stap bezoekers die onderweg zijn naar de Interpolis-tuin. Tilburg bruist, Tilburg leeft, dit weekend rollen de evenementen in de Binnenstad in elkaar over.

In De Stadskelder staat The Lumes te spelen. Een trio uit Rotterdam dat zich in het geluid laat inspireren door de postpunk en noiserock uit de late jaren 1980, begin jaren 1990. Ik hoor een connectie met Space Siren, een van de betere shoegaze/noiserock bands die Nederland heeft gekend, maar ik hoor vooral heel erg een band die een eigen geluid binnen het noiserock palet probeert te vormen. Energiek en explosief, rondom heerlijk snijdende melodieën. Dit is het soort bands waarom je überhaupt naar Incubate kwam en nog steeds komt; bands die nog in de klei staan, maar vol belofte en verrassing lijken te zitten. Bovendien zijn het aardige jongens, die graag een frietstoofvlees eten. Reden genoeg om ze de weg te wijzen naar de frietboer op De Heuvel.

Maar dat is pas later op de zaterdagavond. Op dat moment heb ik al weer drie andere bands achter de kiezen, ben ik een paar bekenden tegen gekomen die anders nooit in de stad komen en tref ik dus ook zwervende indierock bands op straat. Daar waar bij mijn eerste stappen in de Binnenstad de Incubate sfeer niet verder kwam dan het terras van Cul De Sac of binnen de muren van een van de zalen, begint het idee nu toch een beetje op mij te groeien. We zijn met weinigen, maar er lopen net genoeg festivalbezoekers tussen de rommelmarktstruiners, snackzoekers en vaste zaterdagavondzuipers om op te gaan vallen. Dat de drie acts die ik op dat moment al heb gezien ook echt goed waren, helpt daar waarschijnlijk wel aan.

Na The Lumes was ik snel terug gestampt naar 013 om daar het staartje van Nordvargr. De Zweed was net bezig zijn ongemakkelijk EDM richting een soort duistere ambient techno te duwen toen ik binnen kwam. Het deed mij ergens denken aan Murcof, maar dan zwaarder en duister. Zeker in combinatie met de donkere beelden die op de achtergrond voorbijkomen. Daarna was het al weer rennen richting Cul De Sac, met een korte tussenstop in de kelder van 013 waar na Nordvargr een Rotterdams duo zat te spelen, waar ik de naam meteen van heb verdrongen. Anderhalf nummer luisteren was in ieder geval genoeg om de voortgang richting Cul de Sac te hervatten. Eigenlijk was ik onderweg naar De Stadskelder, waar Gewoon Fucking Ragge zou spelen, maar bij het passeren van Cul de Sac vloog een flard gitaarspel naar buiten die meteen mijn aandacht pakt.

Binnen staat Baby Galaxy te spelen, een trio uit Maastricht dat op zeer aangename wijze de fellere zijde van de jaren 1990 indierock nieuw leven in blaast. Denk aan bands als Sammy, Built To Spill en American Football, bands die energiek en melodieus op pakkende en verrassende wijze weten samen te brengen. Er is helaas nog geen plaat van deze heren, maar – zo wordt beloofd – daar komt eind dit jaar verandering in. Glice, dat na Baby Galaxy in de kelder van 013 speelt, heeft al wel een album uit. Op cassette en als download, genaamd Fleisch. Een absolute aanrader voor iedereen die de verschillende lagen in harde en compromisloze noise wel kan herkennen. Live is Glice nog beter, vooral eigenlijk om dat zichtbaar is wat het tweetal doet om de harde ongemakkelijke noise op te bouwen, uit te breiden en om te buigen. Intrigerend en een set die goed drie kwartier de aandacht vast houdt om je uiteindelijk glunderend en verrast achter te laten.

En dat maakt Incubate wel het meest Incubate, de altijd eclectische mix aan bands die voor iedereen met open oren en een open mind verrassingen in petto heeft. En dus keuzes met zich mee brengt. Dankzij Glice zie ik alleen het laatste stuk van Bonne Aparte, waarna ik concludeer dat het fantastisch was. Maar ook meteen weer door vlieg, want in 013 is Micheal Rother dan alweer even bezig. Die doet daar wat hij moet doen, kwalitatief en strak. Maar de drive lijkt er vandaag iets minder in te zitten. Drive heeft Paws des temeer. Direct aansluitend aan de pionier van NEU! Speelt dit trio uit Glasgow in Extase. De bassist draagt een t-shirt van Dinosaur Jr, de bekende Green Mind cover. Daarmee is ook meteen een kwart van de recensie geschreven. Zelf vult de band die aan met een cover van Guided By Voices en te vertellen dat het aankomende album is geproduceerd door een van de leden van Blink 182. Die drie samengevoegd, plus de energieke overgave waarmee de nummers worden gespeeld zijn werkelijk alles wat je nodig hebt om deze band te beschrijven. Kortom puur genieten.

Net als bij Tacocat een half uur later. Riot grrl punk op zijn 2016st, met nummers over liefde voor paarden, menstruatie, niet willen werken in het weekend en de nodige ironie. Maar bovenal met een aanstekelijkheid die de aardig afgeladen Extase zaal voor meer van de helft van de show aan het pogoën en crowdsurfen zet. Dit is feminisme in een pretpak en stiekem hoop ik dat er in de zaal genoeg jongedames staan die na het zien van Tacocat zelf besluiten om de gitaren om te hangen en met rammelende rock de podia te veroveren. Een mooie afsluiter voor mij, The Tubs en Supersoakers spelen helaas na mijn bedtijd. Van Extase baan ik mij weer een weg door de Korte Heuvel. Klaarblijkelijk lopen er de nodige relaties op hun eind, althans dat vang ik op uit de felle discussie op straat. Niemand heeft het over Incubate, een enkeling loopt met een voetbaltafel onder de arm richting huis, maar ik glunder bij de gedachte dat er zoveel enerverende en verrassende muziek voorhanden is om drie weekenden te vullen met Incubate. En straks zelfs vier. Moeten alleen al mijn vriendjes en vriendinnetjes de weg naar het festival ook opnieuw ontdekken.

Zondag

Het is wanneer Nurse With Wound staat te doen wat Nurse With Wound doet, dat alles op zijn plek valt. Op het podium bewijzen vijf mannen dat de naam industrial en dark ambient pionier geheel van toepassing is op NWW en dat dit pioniersrol ook een zeker verantwoordelijkheid met zich meebrengt om overtuigend in te pakken als je op de bühne staat. Indrukwekkend, en een prachtige officiële afsluiter van deze eerste meincubate, waarin veel ruimte was gemaakt voor bands die ergens in de afgelopen 40 jaar een steentje hebben bijgedragen aan het vernieuwen of zelfs heruitvinden van de muziek. NEU!, Nurse With Wound, Arpanet, Wolf Eyes, om even een kleine handvol te noemen, zijn stuk voor stuk artiesten die op geheel eigenwijze zoeken naar de grenzen van muziek en daar vervolgens een nieuwe grens bij leggen.

Maar het is niet Nurse With Wound waar mijn aandacht naar uit gaat. Terwijl het vijftal op de planken laag op laag legt of afschaaft, bespreken een paar niet-lokalen de Incubate ervaringen van dit weekend. Vol positiviteit bespreken de Zeeuwen de programmering en het geluid in de meeste van locaties, de ontvangst in de stad en de loopbaarheid. Maar de belangrijkste zin, en ik citeer hier,

Ik kan zo alles zien wat ik wil zien”.

Was de zevendaagse variant van Incubate met de jaren van groei een festival geworden waar elke dag meerdere te gekke routes mogelijke waren. Maar dat betekende dus ook dat kiezen voor de ene route meteen betekende dat je fantastische dingen in de andere route zou missen. Hoe vaak heb ik niet verzucht dat ik bepaalde overlap niet begreep om vervolgens toch maar door de zure appel heen te bijten of uiteindelijk iets totaal anders te zien dat mij verbaasd achterliet. Alles zien wat ik wilde zien zat er echter nooit in.

Dit weekend had ik echter weinig te klagen. Mijn enige moment van keuzestress zat in de overlap tussen Wolf Eyes en Drvg Cvltvre. Ik koos voor Wolf Eyes en heb daar geen spijt van, hoewel Vincent Koreman vast ook een aansprekende set in elkaar had gezet. De noise van Wolf Eyes brachten me echter in een fijne roes. Voorafgaand aan het optreden vertelde Peter Bruyn mij dat Wolf Eyes het beste is wanneer de saxofoon er ook bij is, dus met die gedachte en de herinnering aan de show op een eerdere Incubate in Little Devil waar toen geen saxofoon bij aanbod kwam in gedachte, lag de verwachting erg hoog toen ik een saxofoon op het podium zag staan.

En aan die verwachting wordt volledig voldaan. Traag een gestaag bouwend werkt het trio bezwerend rustig naar een steeds voller en bijna verzengend dik geluid. Daarbij wordt geluidslaag op geluidslaag gelegd en zwellen elektronische knarsen en piepjes voortdurend in volume. Terwijl de saxofonist met behulp van allerlei verzet stukken zijn eigen blaasinstrumenten construeert en afwisselt tussen saxofoon en een elektronische dwarsfluit, gooit de zanger zijn vocalen en mondharmonica op effectieve wijzen door een breed arsenaal aan effecten, wat zijn teksten – voor zover na bewerking nog verstaanbaar – een haast ceremoniële kracht geven. Als luisteraar word je in ieder geval geheel op- en meegezogen in de noisekolk van deze heren. Ruben Braeken, gitarist van Katadreuffe die ik net voor Wolf Eyes in De Stadskelder zag, vertelt mij dat de band ooit heeft opgetreden bij een dienst in The Church Of Satan, en ik begrijp meteen hoe de band daar terecht is gekomen, want zo voelt Wolf Eyes ook wel een beetje; als een ongemakkelijke kerkdienst voor een uiteindelijk juichende gemeenschap.

Katadreuffe is zover nog niet, maar daarmee nog steeds de top van de noiserock in Nederland. Deze zomer hoopt de band uit Amsterdam de studio in te kunnen duiken om een nieuwe plaat op te nemen en deze middag in De Stadskelder speelt het kwartet alleen die nieuwe nummers. Voor de mensen die de band al kennen een blije verrassing, daar er duidelijk is gekozen voor een meer melodische weg. Voorheen kon de band nog al eens rekenkundig-correct spelen, met veel indrukwekkend complexe partijen, in het nieuwe werk zit die complexiteit nog steeds, maar is veel meer ruimte gekomen voor iets “organisch”, misschien het best te beschrijven als een poppie geluid. Het liedje – rot term – staat meer centraal, al ligt dat nog steeds achter een dikke laag van noise.

U zult daarom vast begrijpen dat ik na Katadreuffe en Wolf Eyes even behoefte had aan wat rust. Tjirpende vogels, zeg maar. Ook om te testen of mijn trommelvliezen het allemaal nog wel konden verdragen. Dus Varg in de Kelder van 013 laat ik rechts liggen op mijn weg naar buiten. Buiten word ik echter geconfronteerd met het hele Hap-Stap gebeuren en blijkt de enige vogel die ik op de Korte Heuvel kan horen een schorre kraai die het Blues Brothers repertoire om zeep helpt. Dan maar weer snel de oordoppen in en een donkere ruimte opzoeken. Claw Marks in De Stadskelder, een vijftal gestoorde Britten die een van-dik-hout-zaagt-men-planken versie van postharcore speelt. Rauw, hard, recht en energiek en voor de gelegenheid gekleed in op de Meimarkt gescoorde tweedehands kleding. In een kort door de bocht omschrijving zou je kunnen zeggen dat de band een kruising is tussen Fucked Up en Fat White Family. Qua geluid, maar ook qua volkomen gestoorde frontman. Hij rolt over de grond, hangt aan de bar, kruipt op zijn rug door het publiek en eindigt bloedend weer tussen zijn wapenbroeders, waar hij vervolgens zijn eigen bloed van de vloer lijkt te likken. Een podiumspektakel, maar muzikaal ook een genot. Zeker als je van de combinatie punk en rauwe noiserock houdt een band om in de gaten te houden.

Het is de laatste band die ik zie voor Nurse With Wound, wat direct na Claw Marks in een goed gevulde “kleine” zaal van 013 speelt. Op dat moment ben ik al voldaan, maar van Nurse With Wound loop je niet weg. En van een afterparty ook niet, zeker niet als daar een fijne postpunk-band genaamd Terry Malts de tweede show van de dag geeft en daarna goede gesprekspartners zich op het terras vergaren. Terugkijkend op drie dagen Incubate valt de scepsis dan eindelijk echt van mij af. Vooral ook dankzij de woorden van een aardig man uit Weert, onderweg naar zijn station:

Op deze manier heeft het voor mij ook gewoon zin om naar Incubate te komen. Al die gave bands door de week, dan kon ik nooit.

September weer, ik ben er klaar voor en heb er zin in. Al is het alleen om de namen die gisteren al werden aagekondigd. En dan hoop ik ook weer alles te kunnen zien wat ik wil zien. Of, nou ja, bijna alles.

Over Cirt

Ik schrijf over muziek en aanverwante zaken voor verschillende media, zoals NU.nl en Gonzo (Circus).

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: