Nieuwlandstraat 33 => 013-5456021

Maarten Koehorst's Record Store

Sounds Like(s) The Netherlands – Luifabriek luistert langspelers uit de lage landen

Een willekeurige lijst aan Nederlandse releases
De tekst verscheen eerder in drie delen op The Post Online. Tjeerd schrijft verder voor Gonzo (Circus), NU.nl en het nieuwe Engelstalige webzine Luifabriek

Begin dit jaar zaten we een goede zaterdagmiddag met zijn vieren aan tafel. Rotterdam was grijs en grauw buiten, maar binnen bloeiden de plannen op alsof het bier en de koffie waren doordrenkt met Pocon. Een nieuwe site, Engelstalig, over Nederlandse underground, cultuur, met een scherpe pen, analytisch, maar vooral eigengereid, onafhankelijk subjectief. Grootse plannen vlogen voor bij, sommige misschien zelfs iets te groot, vast in relatie tot de grote van de glazen. Hoe het ook zij, vier – eigenlijk vijf – werden drie, plannen bijgeschaafd en 31 juli stond het eerste bericht op de nieuwe site Luifabriek.

20140101-173335.jpg
Een mooi stukje zelfpromotie hoor ik u denken. Niet geheel onterecht, maar bovenstaande dient vooral als inleiding. Het verklaart immers waarom ik – met mijn grote mond over het steunen en opbouwen van een sterke eigen scène – dit jaar zo weinig over Nederlandse artiesten heb geschreven. Althans, op de Cult-pagina van ThePostOnline, die stukken gaan nu naar Luifabriek. En hoe goed ik een plaat ook vind, ik schrijf er liever geen twee keer hetzelfde stukje over. Neemt niet weg dat er het afgelopen jaar weer de nodig kwaliteitsreleases zijn uitgekomen, waar ik hier onder een kleine selectie zal aanbieden. Om zo een beetje goed te maken dat ik Nederland een beetje heb genegeerd op The Post Online. Geen top tien of zo iets vaags. Geen beste van 2013, maar gewoon een aantal platen waar ik van vind dat die meer aandacht verdienen.

Mannheim – Super-Empowered

In hoeverre de saxofoon ooit de nieuwe meidenvanger van de rock ‘n’ roll zal worden, is maar de vraag. Opvallend is wel dat het blaasinstrument de laatste jaren in een herwaarderingsgolf zit. Colin Stetson, Dead Neanderthals, We Insist of Shining (NO) zetten allen in meer of mindere mate de saxofoon centraal in het geluid en zetten daar steeds grotere zalen mee op zijn kop. Het Nijmeegse Mannheim past daar precies tussen, met de een geheel eigenzinnige benadering van postrock. Op Luifabriek beschreef ik de post-rock-jazz-metal als een ideale mix van luide vierkante metal-riffs, saxofoon en een avontuurlijke ritme sectie met een energie niveau overeenkomstig het Ierse …And So I Watch You From Afar. Puur avontuur gevat in acht heerlijke tracks.

Katadreuffe – Malconfort

Als je net als Matthijs van Nieuwkerk bij Triggerfinger al roept dat het de luidste band ooit is en alles dat harder is eerder als herrie dan als muziek zult beschrijven, dan moet je na de punt vooral niet verder lezen. Katadreuffe combineert namelijk op volleerde wijze post-hardcore met noiserock en mathrcok, waardoor Malconfort een van de beste noiserock platen van het afgelopen jaar is geworden. Niet alleen in Nederland, nee, wereldwijd. Althans, van alle nieuwe noiserock platen die ik dit jaar heb gehoord. Sterker, wanneer Katadreuffe niet uit Amsterdam kwam, maar uit New York en had getekend op een label als Sacred Bones of Sub Pop en niet bij de Nederlandse kwaliteitslabels Narrominded en Subroutine Records, dan hadden we de eerste langspeler met grootste jubelende woorden binnen gehaald en de bewuste gruizige productie betiteld als een zeer gewaagde creatieve artistieke keuze. Onnederlands goed bestaat niet, maar dit ontstijgt wel veel van de eenheidsworst die Beelen graag als hoogtepunten van Neerlands pop wil betitelen en op zaterdagavond bij TopPop mag komen spelen.

AC Berkheimer – Equation Of State

Indie rock zoals indie rock moet klinken. Eigenzinnig, met een rafelig randje, gepaste gitaar noise erupties gevouwen rond pakkende popmelodieën. Alles wat College rock ooit leuk maakte, Britpop spannend en postpunk interessant samengebald in een Rotterdamse band. Natuurlijk is het leuk dat The Breeders weer langs de podia trekt en dat Pixies geen punt weten te zetten achter de reünie tour, maar als je daar graag op hupst kun je het ook goed met Equation Of State. Een album dat weliswaar niet baanbrekend is, maar geenszins hoeft onder te doen voor de indieparelen van weleer.

Atlantis – Omens

Nationale erkenning voor Atlantis, ff het er ooit van zal komen, is maar de vraag. Omens, het derde album van de band mocht in iedergeval weer op de nodige internationale erkenning rekenen. Al vanaf het debuut Carpe Omnium wordt het project van Gilson Heitinga geroemd om de unieke invulling van doom en postrock. Weinig bands waar Godmachine, Neurosis en Massive Attack in een adem als referenties worden genoemd, bij Atlantis is het vanaf de eerste leg de meest natuurlijke symbiose. Zware doom, lome postrock, donkere industrial en triphop vallen voortdurend samen in een steeds verder gedefinieerd eigen geluid. Op Omens komt Atlantis voor het eerst echt dicht bij het zware live geluid dat de vijfkoppige band op het podium produceert, zonder de productionele studio kracht van Heitinga te verliezen. Een helse rit door een demonisch landschap van permafrost gehuld in een eeuwig duisternis. Ergens lijken er tekenen die een beter toekomst voorspellen, maar die worden op vakkundige wijze de grond in geboord zoals in het prachtige Widowmaker.

Those Foreign Kids – Zero Gravity Somersaulting Craze
De katten legden de oren in de nek, de kinderen draaiden de volumeknop helemaal open. Al bij de eerste luisterbeurt van Zero Gravity Somersaulting Craze was duidelijk dat het Haarlemse duo hier iets moois hebben neergezet. Een set wilde garage-noise-punk tracks vlammen een goed half uur uit de boxen. Over de top fuzz, feedback en rauwe punk riffs worden gestapeld tot kleine energie bommen. Mijn katten trekken de schelle felle gitaar uithalen niet, maar het kroost springt keer op keer wild door de kamer op de op hol geslagen ritme sectie. Liefhebbers van bands als No Age of Male Bonding kunnen niet anders dan enthousiast uit het vel springen op de tonen van deze heren.

BlackBoxRed – The Runner And The Ghost

Evenals Those Foreign Kids een duo, gebruiken deze dame en heer even eens bij voorkeur de frontale aanval. Noiserock die bij vlagen doet denken aan een rauw, ongecompliceerd en directe kruising tussen The Blues Explosion, Babes In Toyland en de jonge PJ Harvey. Absoluut hoogtepunt van deze langspeler is de eerste single Stripper die een week aan de plaat voorafging. Vies, dreigend en geladen, en zeker in combinatie met de bijgaande clip een paar indrukwekkende noiserock minuten. De band werd in het verleden al eens vergeleken met Blood Red Shoes, maar dat duo maakt inmiddels enkel lieve pop vergeleken bij The Runner And The Ghost. Bij BlackBoxRed brandt er onder elke toon nog een gemeen vuurtje dat voortdurend op het punt staat om in een wild inferno om zich heen te gaan slaan.

traumahelikopter – traumahelikopter

Om nog even in de viezigheid te blijven hangen een sprongetje terug naar het begin van 2013. Fikkie stoken en punkrockshows bezoeken, en zelf punk maken. Afgaande op het debuut van het Groningse trio traumahelikopter, is dit het leven van de garagepunk band. En op plaat is dat even ongecompliceerd als live, gewoon punkrock die gutst van het zweet, dampend uit je boxen knalt, je de vuist doet ballen. Soms ligt er een lijntje surf in de garagepunk van het trio, maar veelal is het de recht toe recht aan garagerock die de klok luidt, te vergelijken met het betere werk van The Oblivians. Het bleek de plaat die uiteindelijk afviel van de eindejaarslijst, maar daarmee nog steeds een van de fijner garagepunk platen van 2013.

The Daydream Fit – Make Me Forget

Een dm op twitter, daar begon mijn The Daydream Fit-ervaring mee. Of ik eens wilde luisteren naar een paar nummers, en vertellen wat ik er van vond. En als dat gevraagd wordt, dan doe je dat. Althans, dan probeer ik dat te doen. In dit geval was ik zelfs blij verrast. Een korte ep, drie nummers maar. Maar die drie nummers tonen wel een band die weet waar het heen wil. Een geluid dat het midden houdt tussen Fireside, Appleseed Cast, Cursive en Juno op de rand van postrock, indierock en emorock lijkt de band met deze drie nummers geheel klaar om aan een stevig en interessant eigen geluid te gaan werken. Een band om het oog op te houden.

At The Close Of Every Day – Monsters

Volkoren, volgens mij uit te spreken als Volk-oren, vierde dit jaar het 10 jarige bestaan als label. Een jubileum dat het Nederlandse label vierde met een festival en een handvol prachtige releases. Monsters, een verzamelabum vol rariteiten, b-kantjes en live opnames van At The Close Of Every Day, was een van deze platen. Vijftien nummers die een prachtig overzicht geven van de ontwikkeling van de Nederlandse slowcore band, die vaak vergeleken wordt met bands als Low, Bedhead en Pedro The Lion. Begrijpelijke vergelijking, maar niet terecht. Want als Monsters een ding duidelijk maakt, dan is het wel dat at the close of every day een zeer uitgesproken eigen geluid heeft. Ingetogen, dreigend en loom tegelijkertijd. De wijze waarop at the close of every day de angst in de Doe Maar covers ‘Pa’ of ‘Is Dit Alles’ laat door klinken, is haast niet te evenaren (en, nee ik zeg niet dat ze beter zijn dan het origineel. Maar wel heel goed). Het is de stilte die inmiddels al elf jaar bij de band de hoofdrol speelt, een stilte waar Minco Eggersman in zijn solowerk ME de afgelopen jaren nog verder is gegaan. Bij at the close of every day brandt deze echter al gedegen en snerpend door de ziel. Het is het eerste geluid in de vijf jaar na het eveneens prachtige Troostprijs, maar geen eindpunt. Een half uur voor ik deze tekst op tikte las ik op Facebook dat de twee heren voor drie dagen de studio in trokken. Voor het eerste in zes jaar. Als de twee dezelfde geest weten te vangen als zij bij voorgaande platen hebben gedaan en dit weten te combineren met de inmiddels gegroeide ervaring, dan kan daar niet anders dan een van de betere platen uit 2014 uitrollen.

Mariecke Borger – Through My Eyes

Het is niet de enige juweel uit het jubileumjaar van Volkoren. Het debuut van Mariecke Borger mag zeker niet over het hoofd worden gezien. Voorheen was zij al actief in de achtergrond bij Minco Eggersman, Kim Janssen of haar broer Johan Borger (muziek zit in het Borger DNA), maar op Through My Eyes neemt zij op zeer geslaagde wijze de voorgrond. Echo’s van Neil Young, Joni Mitchell en Leonard Cohen weerklinken op subtiele wijze door haar nummers. Thuis, tussen de schuifdeuren opgenomen met haar eigen vader en broers in de band (muziek zit in het Borger DNA) klinkt Through My Eyes klein, intiem en warm. Maar vooral zitten alle nummersop het debuut verrassend goed in elkaar. Zo sterk zelfs, dat het verrassend is hoe weinig we hebben gelezen of gehoord over deze plaat.

Ponoka – Verdwaald In Ponoka

Twee decennia terug vertrok Rick de Gier als kleine jongen in het kielzog van zijn ouders naar Canada. Dit enkel om enkele jaren later, wederom in het kielzog van zijn ouders, terug te keren naar Nederland. Zijn vader kon niet aarden in Ponoka, het plattelandsplaatsje waar de familie zich op het boerenleven had geworpen. Het is waar Rick de Gier zijn artiestennaam vandaan heeft en het is het onderwerp van deze vierde Ponoka release. Net als voorganger Outtakes From The Revival Songbook een album in combinatie met een boek, eveneens door Rick de Gier geschreven. Dat boek op zichzelf is al genoeg reden om dit album niet alleen te willen downloaden of streamen. Korte verhalen over zijn jeugd in Ponoka in combinatie met prachtige foto’s van het Canadese platteland (geschoten door zijn zus, die nog in Canada woont). De plaat zelf is echter ook zeer de moeite waard, vol met folk geïnspireerde pop ergens tussen Eels, Sparklehorse en Lou Barlow in. Tien nummers die ook goed los van het boek ervaren kunnen worden, maar met de verhalen erbij een niet te verwaarloze extra dimensie krijgen.

Herrek – Waktu Dulu

Ook het Utrechtse Snowstar Records werd dit jaar 10, 2003 was blijkbaar een goed jaar voor muzikale initiatieven, en vierde dit jubileum met een een paar fijne releases en een festival. Vorige week vrijdag, 13 december, stond Tivoli nog in het teken van dat feest en halverwege het jaar kwam er een verzamel-cd met vrijwel alle Snowstar Records artiesten op een schrijfje. Het jubileumjaar werd echter geopend door Herrek, het solo project van Gerrit van der Scheer, met Waktu Dulu. Een album waar Van der Scheer zijn herinneringen aan zijn jeugd in Papoea omzet in folk gedragen slowcore. Een plaat die kleur en klank van de Gordel van Smaragd de kamer in dragen. {insert link: http://cult.thepostonline.nl/2013/03/17/interview-gerrit-van-der-scheer-van-herrek/}

Town Of Saints – Something To Fight With

Het feestelijke jaar van Snowstar Records wordt afgesloten met de release van het debuut van Town Of Saints. Wellicht de grootste release die het label in de afgelopen tien jaar heeft uitgebracht en wellicht ook met het meeste potentie. De Fins/Nederlandse band weet op zeer eigen wijze folk structuren te combineren met postpunk en wave elementen, waardoor de band hier en daar ook wel beschreven als een kruising tussen Mumford And Sons en Editors. Maar ook Fleet Foxes en Arcade Fire worden als referenties genoemd. Punt is vooral dat het debuut van Town Of Saints een plaat is geworden die vergelijking in alle gevallen met glans doorstaat. Goed, heb je niets met bovenstaande namen, dan moet je deze plaat ook zeker niet gaan luisteren, maar zij die gaarne hun platenkast of digidrager vullen met moderne pop invulling van folk halen met Something To Fight With een pareltje in huis.

Aestrid – Box

Een kleine maand geleden zou Aestrid mijn thuis stad aan doen, optreden in Hall Of Fame, en ik zou plaatjes draaien wanneer de band of het voorprogramma CapCap… Cap niet zou spelen. Zou, want dankzij een ellendig griepvirus is deze avond door mij in diepe slaap in mijn eigen bed doorgebracht. Wel balend in de zeldzame momenten dat ik wakker was, want ik had best naar dit optreden uitgekeken. Dit met name dankzij de laatste langspeler Box, waar Aestrid shoegaze, postrock en melancholische pop op krachtige wijze weet te combineren. Een geluid dat even goed aan The Twilight Sad als aan Placebo of Explosion In The Sky doet denken, ergens op het punt waar deze bands elkaar raken. Het bracht zanger en schrijver Bo Menning en zijn kornuiten dit jaar zelfs tot in Canada voor optredens. Graag had ik gezien hoe deze muziek, die op plaat al met alle ziel en zaligheid wordt gegeven, op de bühne live zou worden gebracht, maar ik was dus het zweet aan het bestrijden toen de band aftrapte. Een gemis, zo hoorde ik van de boeker een aantal weken later, daar Aestrid volgens hem zo mogelijk nog meer live gaf dan op plaat. Daar gaan we volgende keer dus met virus onder de arm toch maar even naar kijken.

Jeroen Kant – De Lafaard Kapitein

In 2023 word Bastaard Plaat 10. Dat kunt u vast in de agenda van uw zaktelefoon zetten, een kleine herinnering. Met de eigenwijze houding van het label is de kans namelijk vrij groot dat het de tien jaar best vol gaat maken. Eerste release was in ieder geval om de vingers bij af te likken. Althans als u van scherpe Nederlandse teksten houdt en deze graag in wat duistere troubadours kleding treft. Jeroen Kant is namelijk sterk met de taal, speelt met woorden als een peuter met duplo, en omarmt duidelijk de keerzijde vaan deze wereld met beide armen. In zijn verhalen in ieder geval, waar hij zwerft door leed, ellende en pijn. En dat alles in de eigen moerstaal met een prachtige Brabantse rol in zijn woorden.

Broeder Dieleman – Klein Zieltje

Het debuut van Broeder Dieleman, Alles Is IJdelheid, kwam nog uit bij het fijne maar helaas ter ziele label Beep! Beep! Back Up The Truck uit Utrecht, maar voor de opvolgende ep had de Zeeuwse reus al snel onderdak gevonden bij het eveneens Utrechtse Snowstar Records. Vier nieuwe werken die laten horen dat Broeder Dieleman nog volop in ontwikkeling is. Nummers die verder gevuld zijn, waar elektrische gitaar in is verwerkt, toch in basis nog altijd hetzelfde, volksmuziek getrokken uit de zilte Zeeuwse grond. {insert link: http://luifabriek.com/2013/09/fever-ray-broeder-dieleman-klein-zieltje-and-his-rise-to-fame/} En vanuit die basis bouwt Tonnie Dieleman prachtige verhalen, die traditie en verlies van traditie in een serie kleine verhalen probeert te vatten.

Meitje – It Takes A Lot
Persoonlijk heb ik mijn hiphop het liefst een beetje raar, afwijkend of duister en dreigend. Die laatste twee vind je nauwelijks terug op It Takes A Lot, het hiphop debuut van Gover Meit, samen met Wu Tang gerelateerd producer Shroom. Het broeierige introperspectieve dat ik bijvoorbeeld zo goed vind aan Serengeti of de zware industrial van Dälek, zijn bij Meitje niet te vinden. Maar dat wordt ruimnschoots gecompenseerd door raar en afwijkend. Op it Takes A Lot is duidelijk gekozen voor een niet stijlvaste aanpak, waardoor de oud zanger van Wooden Constructions op het debuut van grime tot old skool hip hop proberen, ruiken aan de jazz en zelfs in funky vaarwater verzeild geraken. Met al die zijsprongen die er worden gemaakt, wordt uiteraard ook weleens een avontuur aan gegaan dat uiteindelijk in de mist loopt. Dat zijn echter zeldzame momenten op deze langspeler, die je juist door zijn extreem versplinterde muzikale houding de gehele tijd op het puntje van de stoel houden.

Nouveau Vélo – Daze

Zo’n jaar duurt lang. In eens komt je tijdens het tikken van je stuk, je een van de beste releases van het afgelopen jaar niet eens hebt overwogen voor de eindejaarslijst. Uiteraard, ik kan me verschuilen achter het gegeven het een 10″ is, een ep met slechts 6 nummers. Maar gezien mijn uiteindelijk lijst van 2013, zoals ik hem netjes voor alle deadlines heb in ieder geval, is dat geen valide argument daar mijn nummer 1 (Tape Two van Young Fathers) volgens de makers zelf ook een ep is. Toch, de surfgaze van dit Brabantse trio is uniek, sterk en bedwelmend. Ook al zijn het maar zes tracks, een album dat indruk maakt en je dus gewoon opnieuw op wilt zetten. Om lekker op weg te dromen of juist om op door de woonkamer te hupsen. Ruim twintig minuten genieten, vanaf het moment dat de naald door de eerste groef gevangen is.

Bart van der Lee – Ballads For The Heathens And Dying
Sommige artiesten halen hun inspiratie uit hun geloof. Anderen vinden juist het woord in de val van het woord. Op Ballads For The Heathens And Dying laat Bart van der Lee met duidelijke bewoording weten dat hij tot deze laatste groep behoort, met acht nummers waar hij zijn radicale breuk met zijn streng protestantse wortelen bezingt.

Traag brandende folk, doordrenkt met alcohol en ellende geboren uit een jeugd vol predestinatie, hel en verdoemenis is het muzikale vat waar uit de ballades komen. Bij momenten klinkend alsof Wovenhand en Tom Waits elkaar de hand schudden. Het zijn het soort platen dat doet hopen dat er nog enige tijd een zwarte kousen gemeenschap in Nederland te vinden is, want zolang deze bestaat zullen er mensen zijn die zich op literair, muzikaal of cultureel andere grootse wijze uit zullen vrij vechten.

Hunter Complex – Heat

Prince, de kleine muzikale reus. Wanneer ik Hunter Complex hoor moet ik altijd aan de Amerikaanse wereldster denken. Niet dat er een muzikale connectie is tussen die twee, behalve dan dat de man achter Hunter Complex, Lars Meijer, een groot fan is van de popgeweldenaar. Zijn werk heeft daar echter weinig mee te maken. Onder de naam Hunter Complex brengt hij sinds 2010 jaren 1980 geïnspireerde synth pop uit.

Heat, het tweede album van een van de mannen achter het label Narrominded, leunt even goed op de analoge synthesizers als de voorganger, maar breng daar meer dreiging en diepte in. Het is als een soundtrack bij een film waarin niets is zoals het lijkt en een liefelijk tafereeltje dus een horror soundtrack krijgt. Voortdurend wringt en wrijft de elektronica van Hunter Complex, wat een album maakt dat je van begin tot eind bij de lurven neemt en bij de les houdt.

WOLVON – folds.

Alleen al om de hoes van deze langspeler moet je deze in huis nemen. Een vouwpakket dat een enorm hoeveelheid mogelijke hoezen om tegen aan te kijken geeft. En ja, wanneer zoveel over de buitenkant is nagedacht, dan is dat meestal ook over de binnenkant. Persoonlijk denk ik dat het trio op folds., de ideale mix tussen soul, noiserock en posthardcore heeft gevonden, maar daar schijn ik vrij eenzaam in te staan. Noise soul roep ik dank ook op Luifabriek.

Punt is echter, en dat is belangrijker, dat de heren uit Groningen in staat zijn prachtige popsongs met prachtige pophoeks te schrijven om deze vervolgens compleet en volledig de vernieling in te werken. Dit maakt folds. wellicht tot een van de betere noise platen die u dit jaar heeft kunnen horen, daar veel noise bands die eerst twee stappen dom weg vergeten of niet beheersen. Feit is dat juist dit het onderscheid maakt tussen gewoon herrie en noiserock. Een onderscheid dat WOLVON dus volledig beheerst.

Death Letters – Common Prayers

Een plaat met een verhaal. Naar het schijnt zijn alle nummers gebaseerd op aantekeningen gevonden in een tweedehands gebedenboekje. De vorige eigenaresse had bij belangrijke gebeurtenissen de kantlijn volgekrabbeld met herinneringen. Iets wat Duenda Ariza Lora inspireerde tot nieuwe nummers, geënt op deze krabbels. Iets wat op Common Prayers heeft geleid tot een treffende mix van indierock, hardcore en postrock, in navolging van het tweede album Post-Historic. Zij het meer verfijnd en – mede dankzij een ijzersterke productie – verbeterd op deze derde langspeler. Mooi om te zien hoe dit duo van een sterke The Black Keys kopie geleidelijk uitgroeit tot gewoon een sterk duo met een stevig eigen geluid.

Boef En De Gelogeerde Aap – Niet Hier

Boef En De Gelogeerde Aap komt uit Tilburg. De vader van rapper Waterreus (De Gelogeerde Aap) is docent geschiedenis. Ik ben docent geschiedenis en heb in die hoedanigheid en als mentor en schoolbegeleider vier jaar les gegeven aan zijn neef. Verrek, ik heb waarschijnlijk zelfs de hand geschud met vader Waterreus (gitarist op deze derde CD van het duo), of het moet zijn dat de desbetreffende neef nog een oom heeft die geschiedenis doceert. En in mijn tijd bij 3voor12 Tilburg heb ik nog geregeld biertjes gedronken met de oudere broer van DJ Tom Maas (Aap) die de foto’s maakte bij concerten waar ik over schreef. Zij het dat ik het duo Thomas en Tom zelf nooit heb gesproken, zou je me dus eenvoudig weg kunnen zetten als subjectief.

Toch moet u mij op mijn woord geloven dat de wonky hiphop van Boef En De Gelogeerde Aap op Niet Hier van uitgesproken hoog niveau is. Na Vind Ons, Wij Zijn, (is) Niet Hier de afsluiter van een drieluik begonnen in 2009. Drie albums in elkanders verlengde, groeiend van een veel belovend eigen en uniek geluid naar een stevig ontwikkeld eigen en uniek geluid. Zowel in beats als in tekst en de uitvoering daarvan is Boef En De Gelogeerde Aap een tweetal dat alleen staat in de Nederlandse hiphopscene. Tom Maas legt een traag en diep fundament van lome, donkere dubstep met flarden jazz, grime en vlagen elektro, waarop Thomas Waterreus zijn associatieve en diepere teksten opbouwt. Een uniek geluid in Nederland.

White Slice – Antartica

Hier kan ik een stuk korter over zijn. Hardcore punk zoals hardcore punk moet klinken. Negen nummers in negentien minuten, fel rammende gitaren een bevlogen, nee, bezeten zanger die zijn teksten uitspuugt alsof hij net een zakje Surinaamse sambal heeft uitgelikt. Voeg daar een vrachtlading aan ruwe energie aan toe en je hebt Antartica. Klopt uw hart ook harder van een goede portie vroege Sick Of It All dan moet u dezeplaat in uw armen sluiten als het uw nieuwe grote liefde is. Althans, voor negentien minuten dan.

Ben ik dan nog een plaat vergeten? Vast. Nee, Jacco Gardner, Tim Knol of een van de andere breed besproken Nederlandse artiesten of Beelenband ben ik niet vergeten. Die heb ik niet genoemd omdat ik er a) zelf weinig mee heb, b) deze op andere plekken al uitgebreid besproken zijn. Heb ik alles besproken wat ik de moeite waard vond van eigen bodem dit jaar? Nee, ook dat niet.

Terwijl ik dit afsluiten stuk schrijf, vraag ik mij af waarom ik de samenwerking tussen Machinefabriek en Banabila niet heb genoemd. Of niet ook nog even snel aandacht moet besteden aan de fijne powerrock van het Eindhovens Deadly D, die mij naar aanleiding van deel 1 op de door Jon Auer geproduceerde debuut cdwezen. Een band Denvis in de gelederen en een set hooks die een willekeurig The Posies fans gegarandeerd zal bevallen. Benelux, Claw Boys Claw (verrek Claw Boys Claw, dat kwam met een ijzersterk album terug), Bettie Serveert, Bullerslug, Vakantie, Eins, Zwei And The Parallel Orchestra, Mercy Giants (ook al een juweeltje) allemaal pracht platen gemaakt het afgelopen jaar. Maar ik moet ergens afsluiten, en dat doe ik hier.

Eén reactie op “Sounds Like(s) The Netherlands – Luifabriek luistert langspelers uit de lage landen

  1. Pingback: Sounds Like(s) The Netherlands – Luifabriek luistert langspelers uit de lage landen | tjeerdvanerve

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: