Nieuwlandstraat 33 => 013-5456021

Maarten Koehorst's Record Store

Sounds Like(s) The Netherlands – De Volstrekt Willekeurige Eindejaarslijst #compleet

Het einde van het jaar is weer nabij. Iedereen met een mening over muziek heeft zich al gebogen over de eindejaarslijstjes of zit daar nog zwetend boven. Op welke plek de nieuwe PJ Harvey te zetten, wat te doen met James Blake of hoe hoog de laatste Elbow te plaatsen zijn de vragen die door het hoofd razen. En dus ook tijd om de balans van Nederlandse releases op te maken. Daarom hier onder een geheel willekeurige lijst zonder enige pretentie met enkel Nederlandse langspelers.

(Auteur – T. van Erve)

Op 100 Colors zet het Utrechtse Eins, Zwei Orchestra de afkeer van rechte lijnen en herhaling van architect en kunstenaar Friedensreich Hundertwasser om in geluid. Het levensverhaal van deze eigenzinnige man in de feedback lagen van de shoegaze. Leunend op bands als Medicine, My Bloody Valentine en His Name Is Alive zonder oubollig of passe te klinken. Voor een ieder die warmloopt voor een melodische geluidsmuur, waarin verschillende lijnen door elkaar zijn gebreid een aanrader.

Net als de soundtrack bij Arie Wubbo, De Ultieme Roadmovie (op papier), een soundtrack bij een boek. Joep van Son en Jelle van Veenen schreven samen negen nummers die in genre variëren van bubblegum tot shoegaze en powerpop in aansluiting op het boek. De plaat is echter perfect los van het boek te ervaren, geladen met een warme nostalgie biedt de soundtrack negen van de beste indiepopliedjes dit jaar in Nederland verschenen. Your Ego Might Grow, My Life Elixer, Everyday, allen popliedjes zoals popliedjes geschreven moeten worden; met refreintjes met weerhaken die zich vast zetten in het muzikale geheugen. Het zogenaamde Frans Bauer-effect geheel in de vingers, maar dan met een fijn deuntje dat best de hele dag in je hoofd mag zeuren.

Andere en zwaardere koek vonden we dit jaar bij het tweede album van Atlantis. Gilson Heitinga – het enige studiolid van de band – zet met Misstress Of Ghosts wederom een zware doemsdag sfeer neer met een mix van postrock, triphop, industrial en metal. Muziek voor de donkere uren van de nacht, om de boze geesten te verdrijven. Wel een album dat tijd en dus geduld nodig heeft, maar voor liefhebbers van NIN en The Godmachine haast verplichte kost.

Om in de verplichte kost en de duistere regionen te blijven, ook uit Nederland en al enige tijd internationaal geroemd is The Devil’s Blood. Op 11-11-11 kwam dit gezelschap – zoals zoveel bands – met de nieuwste release The Thousandfold Epicentre opvolger van The Time Of No Time Evermore uit 2009. Dat jaar prijkte The Devil’s Blood al in vele eindlijstjes in de metalpers, maar de moeilijke tweede gaat daar nog makkelijk overheen. Gedreven hardrock die ingefluisterd zou zijn door satan, met klassieke elementen in het geluid verwerkt en een prachtige samenspel van de drie gitaren. Wellicht een van de beste hardrock platen in jaren gemaakt, maar laten we eerlijk zijn, normaliter houd ik mij ver van het genre.

Geheel aan het andere eind van het muzikale spectrum zit I Am Oak, maar ook deze Utrechtse band zat met de moeilijke opdracht een sterk debuut te evenaren of te overtreffen. Met de folk geïnspireerde slowcore op Oasem is dat Thijs Kuijken – de singersongwriter waar deze band op drijft – ook zeker gelukt. Twaalf nummers die hangen tussen Red House Painters en Antony And The Johnsons werken in al hun eenvoud bedwelmend. Met de kleinste middelen, trage gitaarpartijen, subtiele samenzang en spaarzaam maar raak geplaatste strijkers en de toevoeging van enkele elektrische uitbarstingen wordt het debuut On Claws op meerdere vlakken overtroffen. Een plaat voor de rustige avonduren, met een doos tissues binnen hand bereik.

Die tissues zijn dan weer niet nodig bij het tweede album van Death Letters, hooguit om in de oren te stoppen. Genoemd naar een bluesklassieker van Son House, laat dit Zwolse duo op Post-Historic zelf de blues van het debuut achter zich en slaan de weg van de postrock en indiepop op. Nog steeds echter zo energiek als een nest jonge honden waar een rauwe ribkarbonade boven is gehangen. Geen slecht pad dus, dat het tweetal langs …And So You Will Know Us By The Trail Of Dead in de ruigere momenten en in de momenten van rust langs Death Cab For Cutie voert. De kracht, passie en volle overtuiging knallen van deze plaat af, edoch heeft minstens de helft van de band nog energie genoeg over om zich ook te werpen op S As In Assassins. En ook dit, voornamelijk Rotterdamse, zestal kwam dit jaar met een verrassend debuut. In dezelfde hoek als percussie gedreven indiebands als Grizzly Bear, Menomena en Foals, zijn hier zeven pakkende en zonnige indiepopliedjes te vinden die je al snel mee zult willen gaan zingen. Ingenieuze en gedetailleerde pop met een lekkere hoek, waarin verrassingen voortdurend op de loer liggen. Muziek van een collectief dat dit jaar ook op een ander vlak heeft getoond de kunst van de pakkende popmelodie te beheersen.

Het merendeel van S As In Assassins is namelijk ook actief in Rats On Rafts, misschien wel de muzikale verrassing van het jaar 2011. Het debuut van deze heren leunt erg op de new wave uit de jaren tachtig, maar wel met een geheel eigen en eigentijdse draai daaraan. Toevoegingen van psychedelische elementen, een likje jazz en jaren negentig indiepop maakt The Moon Is Big een geheel eigen potpourri. Een potpourri die onlangs voor de Rotterdamse band de mogelijkheid heeft gecreëerd om van het kleine fijnproevers label Subroutine Records naar het grotere Top Notch over te stappen, wat betekent dat het debuut aankomend jaar opnieuw (en nu voor het eerst ook op cd) zal worden uitgebracht. Een mooie stap voor Rats On Rafts en een bevestiging van de fijne neus van Subroutine, die ook het werk van S As In Assassins dit jaar uitbracht (en het voor 2012 al weer een paar mooie releases in de wachtkamer heeft staan).

Maar laat ik verder gaan met Top Notch. De laatste jaren is het label naast hiphop een aantal zijpaden gaan bewandelen, maar de hoofdstraat blijft bevolkt met kwalitatief hoogstaande hiphop. Alle releases hier noemen, zou wat overdreven zijn, edoch niet geheel misplaats. Laat ik het houden op de releases die mij het meeste hebben aangesproken. Te beginnen met Boef en de Gelogeerde Aap. Toegegeven, dit is niet gespeend van enig stadschauvinisme, maar de tweede plaat van dit Tilburgse duo is een unieke plaat binnen de Nederlandse hiphop. Muzikaal bouwend op grimmige dubstep, verschuivende beats en volle bassen zetten de twee heren op Wij Zijn een duidelijk eigen lijn uit. Gecombineerd met sterke en inventieve teksten, waarin de Gelogeerde Aap een poëtische pen toont een van de fijnere hiphopplaten van het afgelopen jaar. Juist ook door de ballen om af te wijken.

Lef dat ook zeker Kempi toont op zijn Het Testament van Zanian Adamus. Muzikaal breder en gevarieerder dan op de voorganger en in de teksten legt hij zijn ziel helemaal bloot. De Eindhovense rapper is duidelijk gegroeid en kiest sterk zijn eigen pad. En als dat pad hem bij Lucky Fonz III brengt, dan zij dat zo. Juist die houding maakt de opvolger van Du Zoon een van de meest aansprekende Nederlandse releases van het jaar. Dit, en het onnavolgbare taalgeb ruik van Kempi. Taalvondsten of taalvervuiling, die discussie laat ik aan anderen. Feit is dat het klopt en raakt.

Wat ook klopt is de samenwerking van Kubus en Rico, DMT. Meest opvallend is de twee-eenheid die Kubus en Rico op DMT vormen, muziek en tekst die onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. De rake beats van Kubus en scherpe beschouwingen, sfeerscheppende teksten afgewisseld met woordspielerei van de ex-Opgezwollenaar houden voortdurend bij de les. Teken dat hiphop leeft, maar vooral ook dat deze groeit. Zo zou ik hier even makkelijk stil kunnen staan bij Gers Pardoel (lang leven de zachte G!), Salah Edin of een van de andere woordentovenaars, maar willekeur blijft willekeur.

Maar ik blijf wel bij de woordtovenaars; het langverwachte derde album van Spinvis, poëet in woord- en geluidscollages. Tot ziens, Justine Keller is een prachtwerkje in verlangen, dromen en melancholie geworden. Een album dat verbeelding prikkelt en al snel de beelden door het hoofd doet rennen, door een perfecte balans tussen bezwerende en intrigerende woorden en een aansluitend muzikaal sfeerbeeld. Nummers als Oostende of Club Insomnia behoren tot de beste Nederlandstalige nummers van dit jaar (maar goed, wat wil je als de concurrentie Frans Duijts is).

Zeker zo fijn voor de liefhebbers van kleine liedjes is Everything On Wheels van Akwkard I. Twee jaar terug was er al het verrassende I Really Should Whisper van Djurre de Haan en met deze opvolger weet hij opnieuw te verrassen. Uitgegroeid tot een echte band is het geluid op Everything On Wheels breder en hebben de nummers meer diepte gekregen. Strijkers, de inbreng van een orgel en ingetogen koortjes verrijken de melancholische indiefolk. De wijze waarop een nummer als Let’s Get Ready to Die geleidelijk aan van zeer klein uitgroeit tot een uitbundig en meeslepend geheel toont de kracht en het vakmanschap van de Amsterdammer.

Dat is overigens niet het enige prachtalbum waar De Haan dit jaar bij betrokken was. Als bassist in Alamo Race Track was hij medeverantwoordelijk voor het magistrale Unicorn Loves Deer. Het derde album van dit Amsterdamse gezelschap, maar de eerste waarbij de elektrische krachten geheel de rug toe zijn gekeerd, en indiepop volledig is ingewisseld voor indiefolk. Een album dat feilloos aansluit bij acts als Fleet Foxes, Sufjan Stevens en vergelijke bebaarde hervormers van de folk. Speels omgaand met arrangementen die dankzij een zeer open productie grossiert in details. Hoorns, vibrafoon, strijkers, alles in de mix om het geluid te verrijken komt als gegoten goud uit je boxen gerold. Een goede vier en half jaar is dan de tijdgenomen om met dit album te komen. Alle tijd om te sleutelen om zelfs de kleinste toon op precies de juiste plek te leggen. En dat is het vijftal perfect gelukt.

Een andere band die een goede vijf jaar heeft laten wachten, is Blues Brother Castro. Na Fun uit 2006 verdween de band van de radar, maar met Out On The Beach is het knipperende bolletje weer geheel teruggekeerd. Nog steeds is het geluid geheel geënt op de betere indierock en noisebandjes uit midjaren 1990, maar in de songstructuur lijkt naar Bruce Springsteen en Tom Petty te zijn geluisterd. Hoe het ook zij, het resultaat is energiek en krachtig dat zich hopelijk iets sneller laat opvolgen dan voorganger Fun.

Een veel stabielere factor op de radar, een immer en altijd prachtig op lichtend bolletje in het scherm is de punkfanfare De Kift. Brik is inmiddels alweer het negende album in het 23-jarige bestaan van de band, en wederom een juweeltje van eigenzinnigheid en creativiteit. Punk, folk, fado, americana en nog een aantal andere genres worden samengebracht in de reistocht die op Brik wordt verteld. Een unieke band met een uniek geluid, niet alleen in Nederland. En daar waar Spinvis een paar van de betere Nederlandse nummers van 2011 had geschreven, staat op dit – wederom prachtig ingepakte – album hét beste rockwerk van het jaar in de vorm van Berenice, een nummer dat zich met uiterste precisie in een hoekje van je geheugen boort en vast beitelt tot in de eeuwigheid.

Een band die dat met een bluesgroove doet – ja, ondanks het overlijden van Harry Muskee dit jaar is de blues volop in leven in Nederland – is Cuban Heels. Even leek het erop dat de band in 2010 er het bijltje bij neer zou gooien, maar in ververste vorm komen de Tuckers met een van de ruigste garageblues platen van dit jaar (en niet alleen van Nederlandse bodem). Gruizige gitaren, grommende vervormde zang en de pakkende blueslik vermaken Grit Bag tot een album dat ergens tussen The Black Keys en The Red Devils geplaatst moet worden. Ronkende rauwe blues met een heerlijke punk spirit, maar daar mee zeker niet de enige blues revelatie van eigen bodem het afgelopen jaar.

Ook het Eindhovense Woody & Paul heeft de wortels diep in de blues geworteld. Het vijfde album Heroes And Zeros brengt de band langs een grote variatie aan folk en blues vormen. Van bluegrass, rock ’n roll tot dixie en country komen voorbij in de elf door den duivel bezeten werken. Niet zo’n prachtig coherent geheel als dat van Cuban Heels, die duidelijk een lijn in het geluid kiezen, maar in alle jassen die het kwartet uitprobeert wel even goed thuis.

En om het cirkeltje dan maar rond te maken, ook het tweede album van Tommy Ebben and The Small Town Villians was een genot voor het oor. Op A Whisper To Arms lijkt Ebben meer voor de liveshow te hebben geschreven, wat de ingetogen folk kant van het debuut Dreamless Slumbers opzij schuift voor een meer southern rock georiënteerd geluid. Mooi hierbij is dat de jongeman met zijn dorpssloebers niet enkel wil rocken, maar daarin ook een verhaal weet te vertellen, een boodschap zo u wilt. Nauwelijks op weg heeft hij nu al twee verdienstelijke albums afgeleverd en niets lijkt erop dat daar niet snel nog ander werk op zal volgen. Mocht uw hart liggen bij Bruce Springsteen, Tom Petty of de andere wereldtroubadoers met een verhaal op hun tong, dan bent u bij deze heren zeker op het juiste adres.

Een plaat die niet achterwege mag blijven in de blueshoek is het debuut Texino van Automatic Sam. Deze heren uit de achterhoek spelen op hun eersteling een alleraardigste mix van bluesrock, psychedelica en de fijnere rockriff van Led Zeppelin. Een plaat waarop het lastig is stil te blijven zitten en live zelfs nog aanstekelijker werkt. Een spugende en zwetende bluesplaat, zoals de druppels van een bluesplaat afmoeten rollen.

In een geheel andere hoek leverde Boutros Bubba in de laatste maand van dit jaar een klein meesterwerk af met Ridiculous Wrists. Scherpe mathrock die terugvalt op bands als Rodan, Slint en Shellac met als toevoeging de vrije en humoristische noiserock van Trumans Water. In eigen huis een zeer ondergewaardeerd genre, maar internationaal gezien een uitzonderlijk sterke plaat. Met de absurditeit hoog in het vaandel houdt het drietal je voortdurend op het puntje van de stoel met hun snerpende noise. Geen wending is te vreemd voor de heren Spoelstra, Vreselijk Ongeluk en Freddie Mercury. Op hetzelfde label, Narrominded, kwam dit jaar overigens ook de tweede EP van Katadreuffe uit, Period. Met zijn vier nummers een album dat in geen enkele eindlijst te bezichtigen zal zijn, maar even goed een album dat Nederland als noiserock natie op de kaart zet. Dit viertal wringt zich in een kader tussen Cop Shoot Cop, Barkmarket en Girls Vs. Boys, maar dan gespeeld over versterkers waar iemand een bic pen door de speaker heeft geduwd. Rauw, maar even goed snerpend, snijdend en vooral heel fel.

An Idea For A Plan van Neon Rainbows mag uiteraard ook niet ontbreken. De Rotterdamse band met (ex-)leden van Feverdream, Jimmy Barock, Oil en andere noemenswaardige bands uit de Nederlandse indie underground, brengt op het debuut een zeer aanstekelijke mix van indiepopliedjes die aan de grootmeesters Cursive en Sonic Youth doet denken. Frontman Rene van Lien beheerst de kunst om de meest triviale zaken wezenlijk en intens te laten klinken. Of , zoals ik het in mijn recensie van dit album beschreef, Neon Rainbows heeft de kracht om zich als een Frans Bauer-hit in je hoofd te graven. Met dien verschillen dat je de Rotterdammers er niet net zoals als Brabander na vijf seconde al uit wilt hebben.

Eveneens uit de havenstad was Face Tomorrow dit jaar alweer toe aan de vierde leg, een titelloos album dat hardcore, indierock en pop in een zucht samenbrengt. Vol met brede arrangementen met een enkel avontuurlijk Radiohead momentje, maar vooral gedragen door sterke riffs en de emotie doorladen stem van Schrooten. Als er een spotify-lijst is met enkel Nederlandse nummers uit 2011, dan moet Face Tomorrow daar in ieder geval in staan met Burning Bridges. Hier leunend op Tool is het kwintet in topvorm, een topvorm die eigenlijk een doorbraak zou moeten forceren.

En zo zou ik nog wel een dag of twee of drie door kunnen gaan. Over het In a cabin with project van half Bettie Serveert, Me & Stupid. Een album dat gewoon een zeer degelijk Bettie Serveert album is. Of Tika, in die zelfde serie een samenwerking tussen de voormannen van Moss en El Pino And The volunteers. Maar er moet ergens een punt worden gezet. In de wetenschap dat ik de nieuwste albums van Dazzled Kid, Paulusma, De Staat, Eefje De Visser, Tim Knol of andere fijn Neerlands werk niet heb genoemd. De boodschap lijkt me echter duidelijk, ook Neerlands bodem is een zeer vruchtbare bodem. Om maar te eindigen met een van mijn ontdekkingen dit jaar, die aankomend jaar alweer met nieuw album komen. Laat je het jaar maar uitblazen door  Dead Neatherthals. En de oren open voor 2012, want er staat een hoop schoons opstapel.

Dit artikel verscheen eerder in drie losse delen op De Jaap.
Recensies van veel van deze Nederlandse albums vindt u op de blog van de auteur, Tjeerd van Erve, die daar zijn zijn werk voor NU.nl, De Jaap, Gonzo (Circus) en deze blog bundelt. 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: